
Antwoord: Volgens artikel 25 van de Wet op de Toezichtsactiviteiten van de Nationale Vergadering en de Volksraden (Wet nr. 121/2025/QH15) hebben de leden van de Nationale Vergadering de bevoegdheid om de volgende toezichtsactiviteiten uit te voeren: het ondervragen van de president, de voorzitter van de Nationale Vergadering, de premier, ministers, andere leden van de regering, de opperrechter van het Hooggerechtshof, de procureur-generaal van het Openbaar Ministerie en de Rijksaccountant.
De leden van de Nationale Assemblee houden toezicht op juridische documenten; zien toe op de uitvoering van wetten in de regio's waar zij deel uitmaken van de delegatie van de Nationale Assemblee; en houden toezicht op de afhandeling van klachten, aanklachten, petities en feedback van instanties, organisaties en individuen.
Leden van de Nationale Vergadering nemen deel aan de toezichtsactiviteiten van de delegatie van de Nationale Vergadering waarvan zij deel uitmaken; zij nemen ook deel aan de toezichtsactiviteiten van de Nationale Vergadering, de vaste commissie van de Nationale Vergadering, de Nationale Raad, de commissies van de Nationale Vergadering en de provinciale volksraden wanneer daarom wordt verzocht of dit wordt voorgesteld.
De leden van de Nationale Vergadering beslissen over en organiseren de uitvoering van hun jaarlijkse monitoringprogramma (indien van toepassing); indien nodig, vanwege praktische overwegingen, kunnen zij besluiten het monitoringprogramma aan te passen. De leden van de Nationale Vergadering zijn verantwoordelijk voor het informeren van hun delegatie in de Nationale Vergadering over hun monitoringprogramma (indien van toepassing).
De delegatie van de Nationale Assemblee is verantwoordelijk voor het organiseren van de activiteiten van haar leden bij het uitoefenen van toezicht op lokaal niveau.
Bron: https://daibieunhandan.vn/hoi-dap-8-10415426.html






Reactie (0)