Don is een soort weekdier, verwant aan mosselen maar kleiner, met een lange darm en heerlijk vlees.

Vergeleken met mosselen zijn don kleiner en hebben ze lichter gekleurde schelpen; mosselbouillon heeft een licht bittere nasmaak, terwijl donbouillon zoeter en aromatischer is; het vlees van de don is steviger en heeft een rijkere smaak dan dat van mosselen. Don leven in brak water en liggen ingegraven in de zandbodem van rivieren, waardoor mensen hard moeten werken en zich in het water moeten onderdompelen om ze te zoeken en met netten te vangen.

Het schelpenharken is een zeer zware klus. De hark is bevestigd aan een riem die om de taille wordt gedragen. De harker houdt de bamboesteel in één hand vast, terwijl hij met de andere hand zijn taille ondersteunt voor extra kracht tijdens het achteruit bewegen.
Mensen die schelpdieren verzamelen, moeten zich urenlang in het water onderdompelen en door het water waden om ze te vangen.