Volgens een burger bezat zijn familie rond de jaren zeventig een stuk grond naast wat nu provinciale weg 419 is. Destijds moedigde het Volkscomité van de gemeente de familie aan om dit stuk grond te ruilen voor een familie die zich verdienstelijk had gemaakt voor de revolutie.
In ruil daarvoor gaven de lokale autoriteiten het gezin een ander stuk grond binnen hetzelfde gehucht. De grondruil vond echter zo lang geleden plaats dat het gezin geen documenten meer heeft die ermee verband hielden. Desondanks zijn veel omwonenden, evenals de oudsten van het gehucht, op de hoogte van de gebeurtenis en kunnen erover getuigen.
Nadat het gezin het nieuwe stuk grond toegewezen had gekregen, heeft het dit onafgebroken gebruikt om een huis te bouwen, een tuin aan te leggen en eenjarige en meerjarige gewassen te verbouwen. Het gebruik van de grond is zonder geschillen verlopen.
Op basis van bovenstaande situatie vragen burgers zich af of hun gezin voor het eerst in aanmerking komt voor een grondgebruiksvergunning (rood boekje), en zo ja, onder welke categorie dit valt volgens de Grondwet van 2024?

In reactie op deze kwestie heeft het Ministerie van Landbouw en Milieu verklaard dat dit een specifiek geval is dat onder de bevoegdheid van de lokale overheid valt. De afgifte van gebruiksvergunningen moet gebaseerd zijn op archiefgegevens, de oorsprong van het landgebruik en de door de lokale autoriteiten uitgevaardigde voorschriften ter uitvoering van de Grondwet.
Het ministerie heeft daarom geen grond om te reageren. De instantie verwijst echter naar diverse geldende wettelijke bepalingen met betrekking tot de initiële afgifte van certificaten.
De huidige wetgeving inzake grondbezit bepaalt dan ook specifiek dat er gebruiksrechten voor de grond en eigendomsbewijzen voor de aan de grond verbonden bezittingen (grondtitelbewijzen) worden afgegeven aan huishoudens en individuen die de grond momenteel gebruiken.
Deze bepalingen zijn vastgelegd in de artikelen 137, 138, 139 en 140 van de Grondwet van 2024. Deze bepalingen hebben betrekking op de erkenning van gebruiksrechten van grond in gevallen van stabiel grondgebruik, zonder documentatie, of met een geschiedenis van eerder grondgebruik.
Opvallend is dat veel gevallen van langdurig, stabiel grondgebruik van vóór de ingangsdatum van de wet, zonder geschillen, in aanmerking kunnen komen voor de afgifte van grondgebruikscertificaten zoals bepaald.
Daarnaast heeft de regering in decreet nr. 101/2024 en decreet nr. 151/2025 voor het eerst gedetailleerde voorschriften uitgevaardigd over de dossiers, procedures en processen voor het verlenen van certificaten voor gebruiksrechten op grond.
Het Ministerie van Landbouw en Milieu verklaarde verder dat, overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Decreet nr. 49/2026, de provinciale Volkscomités de opdracht hebben gekregen om specifieke regels vast te stellen voor de administratieve procedures betreffende landgerelateerde aangelegenheden in hun regio, met een uiterste datum voor voltooiing van 1 juli 2026.
Totdat er lokaal nieuwe regelgeving is uitgevaardigd, besluit het provinciale Volkscomité of de procedures volgens de oude regelgeving worden toegepast of dat voor elk specifiek geval een aparte procedure wordt vastgesteld.
Wat betreft de bevoegdheid om voor het eerst gebruiksrechten op grond af te geven, heeft het Volkscomité op gemeentelijk niveau, overeenkomstig de bepalingen van punt b, lid 1, artikel 136 van de Grondwet en punt h, lid 5, artikel 1 van Decreet nr. 151/2025, de bevoegdheid om voor het eerst gebruiksrechten op grond af te geven aan binnenlandse particulieren die de grond momenteel gebruiken.
Op basis van bovenstaande regelgeving dienen burgers contact op te nemen met de bevoegde autoriteiten voor de uitvoering ervan.
Volgens decreet nr. 151/2025/ND-CP (van kracht vanaf 1 juli 2025) bedraagt de termijn voor de eerste registratie van grond en onroerend goed maximaal 17 werkdagen; en de termijn voor de eerste afgifte van het certificaat maximaal 3 werkdagen. De procedures voor het afgeven van certificaten voor grondgebruiksrechten zijn uiteengezet in Bijlage I bij dit Besluit. Daarom dienen huishoudens, individuen, woongemeenschappen of personen van Vietnamese afkomst die in het buitenland wonen en een bevestiging van de registratie van grond en onroerend goed hebben ontvangen en een eigendomsbewijs willen verkrijgen, hun aanvraag in te dienen bij de One-Stop Service Department. Het dossier omvat de kennisgeving ter bevestiging van de registratieresultaten en het aanvraagformulier conform formulier nr. 15, zoals vastgelegd in het decreet. ![]() Vervolgens, in gevallen waarin uit de kennisgeving ter bevestiging van de resultaten van de kadastrale registratie blijkt dat het aan de grond verbonden onroerend goed voldoet aan de voorwaarden voor het verlenen van een eigendomsbewijs, en op het moment van afgifte niet valt onder de gevallen genoemd in punt d en e, lid 1, artikel 151 van de Grondwet, dient het grondbeheeragentschap op gemeentelijk niveau een formulier voor gegevensoverdracht te sturen naar de belastingdienst om de financiële verplichtingen met betrekking tot de grond vast te stellen overeenkomstig formulier nr. 19 dat bij dit decreet is uitgegeven. De belastingdienst kan vervolgens de grondgebruiker en de eigenaar van het aan de grond verbonden onroerend goed vaststellen en hen hiervan op de hoogte stellen om de financiële verplichtingen te innen. In gevallen waarin de kennisgeving ter bevestiging van de resultaten van de kadastrale registratie niet aangeeft dat aan de voorwaarden voor het verlenen van een eigendomsbewijs is voldaan, voert het kadaster op gemeentelijk niveau de taken uit die zijn vastgelegd in de punten b, c, d, e, f en g van artikel 3, deel II van "Deel C. Procedures voor kadastrale registratie" van dit decreet. Vervolgens geeft het Volkscomité op gemeentelijk niveau het eigendomsbewijs van de grond af, conform de geldende regelgeving. |
Bron: https://vietnamnet.vn/doi-dat-tu-nam-1970-mat-toan-bo-giay-to-co-co-hoi-duoc-cap-so-do-2516725.html









Reactie (0)