
Het besluit luidt als volgt: Er wordt een Centraal Fonds voor Civiele Bescherming (het Fonds) opgericht om vrijwillige bijdragen van binnenlandse en buitenlandse organisaties en individuen te ontvangen, te beheren en te gebruiken; middelen die door de premier vanuit de provinciale fondsen voor civiele bescherming aan het Fonds worden toegewezen; en middelen die afkomstig zijn uit niet-budgettaire staatsmiddelen die verband houden met de respons op en de beperking van de gevolgen van incidenten en rampen. Het Fonds wordt beheerd door het Ministerie van Nationale Defensie .
Werkingsprincipes
Het besluit beschrijft de werkingsprincipes van het Fonds. Concreet houdt dit in dat het Fonds op non-profitbasis opereert; het beheer en gebruik ervan dienen het beoogde doel, zijn in overeenstemming met de wet, tijdig, effectief, transparant, economisch en efficiënt.
Het fonds heeft als taak het ondersteunen van activiteiten op het gebied van civiele bescherming die niet door de staatsbegroting worden gefinancierd of wel, maar onvoldoende worden gefinancierd; het ontvangen, beheren en gebruiken van financiële middelen; en het implementeren van de voorgeschreven rapportage- en boekhoudprocedures.
Het Fonds moet zich conform de wet onderwerpen aan inspecties, onderzoeken en audits door bevoegde overheidsinstanties; de werkingsregels en operationele resultaten van het Fonds voor Civiele Bescherming openbaar maken; en verslag uitbrengen over de uitvoering van het Fonds zoals voorgeschreven in dit Besluit en de relevante wetgeving.
De inkomsten van het fonds zijn afkomstig uit diverse financiële bronnen, waaronder: vrijwillige bijdragen van binnenlandse en buitenlandse organisaties en particulieren; toewijzingen uit niet-budgettaire staatsmiddelen voor de respons op en het herstel na incidenten en rampen; toewijzingen van provinciale civiele beschermingsfondsen aan het centrale civiele beschermingsfonds zoals besloten door de premier ; en rente-inkomsten uit spaarrekeningen.
De besteding van het Fonds wordt geregeld door artikel 27 van Regeringsbesluit nr. 200/2025/ND-CP van 9 juli 2025, waarin enkele bepalingen van de Wet op de Civiele Bescherming nader worden toegelicht.
De bevoegdheid van het Fonds om te beslissen over uitgaven en aanpassingen.
Het besluit bepaalt dat het hoofd van het agentschap dat het Fonds beheert, de uitgaven voor de in clausules 1, 2, 3 en 4 van artikel 27 van decreet nr. 200/2025/ND-CP genoemde posten ter overweging en besluitvorming moet voorleggen aan het Permanent Agentschap van het Stuurcomité Nationale Civiele Bescherming, waaronder:
- Het verlenen van noodhulp in de vorm van voedsel, drinkwater, medicijnen en andere essentiële benodigdheden aan degenen die getroffen zijn door incidenten en rampen; het ondersteunen van de reparatie en bouw van huizen, medische voorzieningen, scholen en wegen; en het ondersteunen van noodhulpactiviteiten wanneer de lokale responsmogelijkheden ontoereikend zijn.
- Het bieden van ondersteuning aan rampenbestrijdingsactiviteiten in getroffen gebieden die de capaciteit van de getroffen gemeenschappen te boven gaan; het verstrekken van noodhulp en subsidies aan slachtoffers, families van slachtoffers en personen die gewond of geschaad zijn geraakt tijdens deelname aan de respons op en de beperking van de gevolgen van rampen.
- Het bieden van ondersteuning aan projecten voor noodhulp en rampenherstel, basisonderzoeksprojecten en interprovinciale, interregionale en intersectorale activiteiten op het gebied van noodhulp en rampenherstel.
- Assisteren bij het waarschuwen, volgen, monitoren en verspreiden van informatie over incidenten en rampen.
Voor andere uitgavenposten zoals bepaald in clausule 5, artikel 27 van decreet nr. 200/2025/ND-CP (andere uitgavenposten waarover de premier een besluit neemt), rapporteert het hoofd van het fondsbeheeragentschap aan het Permanent Agentschap van het Stuurcomité Nationale Civiele Bescherming, dat het vervolgens ter besluitvorming aan de premier voorlegt.
De bevoegdheid om niet-budgettaire staatsmiddelen te reguleren die verband houden met de preventie, de reactie op en de herstelwerkzaamheden na incidenten en rampen, alsmede het Fonds voor Civiele Bescherming, is vastgelegd in artikel 26, lid 3, van decreet nr. 200/2025/ND-CP.
Meer specifiek bepaalt artikel 26, clausule 3, van decreet nr. 200/2025/ND-CP het volgende met betrekking tot de regeling tussen het Fonds voor Civiele Bescherming en andere niet-budgettaire staatsfinanciële fondsen die verband houden met de preventie, de reactie op en de beperking van de gevolgen van incidenten, natuurrampen, calamiteiten, epidemieën en milieuproblemen:
- Wanneer een niveau van civiele bescherming is afgekondigd of ingetrokken, en de beschikbare middelen ontoereikend zijn om de respons op en de beperking van de gevolgen van een incident of ramp te waarborgen;
De minister die verantwoordelijk is voor het betreffende beleidsgebied zal, in overleg met het ministerie van Financiën en het Permanent Agentschap van het Stuurcomité van de Nationale Civiele Bescherming, de premier adviseren over beslissingen met betrekking tot regelgeving.
Besluit nr. 9/2026/QD-TTg treedt in werking op 20 april 2026.
Bron: https://baotintuc.vn/thoi-su/thanh-lap-quy-phong-thu-dan-su-trung-uong-20260306204143144.htm






Reactie (0)