Tijdens de voortzetting van de 5e Buitengewone Zitting besprak de Nationale Vergadering op de ochtend van 15 januari in de plenaire zaal verschillende nieuwe of controversiële kwesties in het ontwerp van de gewijzigde Grondwet. Voorzitter van de Economische Commissie Vu Hong Thanh presenteerde het rapport waarin het ontwerp van de gewijzigde Grondwet werd toegelicht, aanvaard en herzien.
Een van de opvallende punten in het rapport is de uitgifte van certificaten voor landgebruiksrechten en eigendomsbewijzen voor aan grond verbonden bezittingen aan huishoudens en individuen die momenteel grond gebruiken zonder de vereiste documenten voor landgebruiksrechten, op voorwaarde dat zij de grondwetgeving niet overtreden en de grond niet zonder de juiste bevoegdheid is toegewezen.
De heer Vu Hong Thanh verklaarde dat het wetsontwerp is herzien en nu bepalingen bevat voor het overwegen en erkennen van landgebruiksrechten voor huishoudens en individuen die vóór 1 juli 2014 land gebruikten.
Voorzitter van de Economische Commissie Vu Hong Thanh.
Concreet houdt het gewijzigde ontwerp van de Grondwet in dat huishoudens en individuen die vóór 18 december 1980 grond in gebruik hadden en van wie de grond nu door het Volkscomité van de gemeente waar de grond zich bevindt als vrij van geschillen is erkend, een Certificaat van Grondgebruiksrechten en Eigendom van Aan de Grond Verbonden Bezittingen zullen ontvangen.
Daarnaast komen huishoudens en individuen die grond gebruikten tussen 18 december 1980 en vóór 15 oktober 1993, en van wie het grondgebruik nu door het Volkscomité van de gemeente waar de grond zich bevindt als onbetwistbaar is bevestigd, ook in aanmerking voor een certificaat van grondgebruiksrechten en eigendom van aan de grond verbonden activa.
Dienovereenkomstig geldt voor percelen met huizen en gebouwen die dienen voor het dagelijks leven, dat indien de oppervlakte van het perceel gelijk is aan of groter is dan de voorgeschreven limiet voor de erkenning van woongrond, de erkende oppervlakte van de woongrond gelijk zal zijn aan de limiet voor de erkenning van woongrond en er geen grondgebruiksbelasting verschuldigd zal zijn.
Indien het reeds voor woningbouw, of voor woningen en andere voorzieningen voor het dagelijks leven gebruikte grondoppervlak groter is dan het in dit punt vastgestelde woonoppervlak, wordt het woonoppervlak vastgesteld op basis van het daadwerkelijk gebruikte woonoppervlak. De grondgebruiker dient grondgebruiksrechten te betalen voor het gedeelte dat het in dit punt vastgestelde woonoppervlak overschrijdt.
Voor percelen met huizen en gebouwen die dienen voor het dagelijks leven, geldt dat als de oppervlakte van het perceel kleiner is dan de voorgeschreven limiet voor erkend woongebied, de oppervlakte van het gehele perceel als woongebied wordt beschouwd en er geen grondgebruiksbelasting hoeft te worden betaald.
Als het huidige landgebruik agrarisch is, wordt het erkend als door de staat toegewezen grond zonder dat er grondgebruiksrechten worden geheven. Als de grondgebruiker de grond voor niet-agrarische doeleinden wil laten erkennen, en dit in overeenstemming is met het bestemmingsplan, het stadsplan, het bouwplan of het plattelandsplan op districtsniveau, dan wordt de grond voor dat doel erkend en moeten de grondgebruiksrechten volgens de wet worden betaald.
Overweeg om landgebruiksrechten te erkennen voor huishoudens en individuen die vóór 1 juli 2014 land gebruikten.
Voor huishoudens en individuen die grond gebruikten tussen 15 oktober 1993 en vóór 1 juli 2014, en waarvan de grond nu door het Volkscomité van de gemeente waar de grond zich bevindt, is erkend als vrij van geschillen, geldt het volgende voor het gebied waarvoor een Certificaat van Grondgebruiksrechten en Eigendom van Aan Grond Verbonden Bezittingen wordt verleend: Concreet geldt voor percelen met huizen en gebouwen die dienen voor het dagelijks leven, dat indien de grondoppervlakte gelijk is aan of groter is dan de maximale grondtoewijzing voor woongrond, de erkende woongrondoppervlakte gelijk zal zijn aan de maximale grondtoewijzing voor woongrond.
In gevallen waarin het reeds gebruikte grondoppervlak voor de bouw van huizen, woongebouwen en andere gebouwen voor het dagelijks leven de maximale grondtoewijzing voor woondoeleinden overschrijdt, wordt het woonoppervlak vastgesteld op basis van het daadwerkelijk gebruikte oppervlak voor de bouw van die huizen, woongebouwen en andere gebouwen voor het dagelijks leven.
Met betrekking tot de jaarlijkse grondhuur (clausule 3, artikel 153) heeft de heer Vu Hong Thanh verduidelijkt dat, om flexibiliteit te garanderen en te voldoen aan de sociaaleconomische ontwikkelingsbehoeften van Vietnam in elke periode, het wetsontwerp, in overeenstemming met de kenmerken van de economie en de behoeften aan belastinginning in elke periode van de ontwikkeling van het land, als volgt wordt gewijzigd:
De jaarlijkse grondhuur wordt gedurende een periode van 5 jaar vastgelegd, te rekenen vanaf het moment dat de staat besluit de grond te verpachten. Dit maakt het mogelijk om het grondgebruik aan te passen aan de vorm van staatsgrondpacht met jaarlijkse huurbetaling.
De grondhuur voor de volgende cyclus wordt berekend op basis van de grondprijzentabel van het jaar waarin de grondhuur wordt vastgesteld. Als de grondhuur stijgt ten opzichte van de vorige cyclus, wordt de verschuldigde grondhuur aangepast, maar niet meer dan het door de overheid vastgestelde tarief voor elke periode. Het door de overheid vastgestelde aanpassingstarief voor elke periode mag niet hoger zijn dan de totale jaarlijkse consumentenprijsindex (CPI) van het land over de voorafgaande periode van 5 jaar.
Wat betreft de gewijzigde Grondwet: na herziening en aanpassing bestaat het meest recente ontwerp uit 16 hoofdstukken en 260 artikelen. Vijf artikelen zijn geschrapt en 250 artikelen zijn gewijzigd en aangevuld ten opzichte van het ontwerp dat tijdens de 6e zitting aan de Nationale Vergadering werd voorgelegd. Op basis van discussies en herzieningen zijn de betrokken instanties overeengekomen om 18 inhoudelijke punten, die de belangrijkste kwesties behandelen, te herzien en definitief vast te stellen. Het ontwerp is nu gereed voor indiening bij de Nationale Vergadering voor behandeling en goedkeuring tijdens een buitengewone zitting .
Bron









