Artikel 466 van het Burgerlijk Wetboek van 2015 bepaalt de verplichting van de schuldenaar tot terugbetaling van de schuld als volgt:
1. Indien het geleende goed geld is, moet de lener het volledige bedrag op de vervaldatum terugbetalen; indien het goed een fysiek object is, moet de lener een object van hetzelfde type, aantal en kwaliteit teruggeven, tenzij anders is overeengekomen.
2. Indien de lener niet in staat is het geleende voorwerp terug te geven, mag hij, mits de kredietverstrekker hiermee instemt, terugbetalen met een bedrag gelijk aan de waarde van het geleende voorwerp op het moment en de plaats van terugbetaling.
3. De plaats van terugbetaling is de woonplaats of de statutaire zetel van de kredietverstrekker, tenzij anders overeengekomen.
4. In het geval van een renteloze lening heeft de kredietverstrekker, indien de lener de schuld niet of onvolledig terugbetaalt op de vervaldatum, het recht om rente te vorderen over het achterstallige bedrag, overeenkomstig de rentevoet zoals bepaald in artikel 468, lid 2, van dit wetboek, tenzij anders overeengekomen of wettelijk bepaald.
Artikel 615 van het Burgerlijk Wetboek van 2015 bepaalt bovendien de nakoming van de financiële verplichtingen die de overledene heeft achtergelaten als volgt:
1. Erfgenamen zijn verantwoordelijk voor het nakomen van de financiële verplichtingen van de overledene binnen de omvang van hun nalatenschap, tenzij anders is overeengekomen.
2. Indien de erfenis nog niet is verdeeld, worden de financiële verplichtingen die de overledene heeft achtergelaten, door de beheerder van de erfenis nagekomen overeenkomstig de afspraken tussen de erfgenamen, binnen de grenzen van de door de overledene nagelaten erfenis.
3. Indien de erfenis reeds is verdeeld, dient elke erfgenaam naar rato de financiële verplichtingen van de overledene na te komen, maar niet meer dan het deel dat hij of zij heeft ontvangen, tenzij anders is overeengekomen.
4. In gevallen waarin de erfgenaam geen natuurlijke persoon is die de erfenis volgens het testament ontvangt, moet hij of zij toch de financiële verplichtingen van de overledene nakomen alsof hij of zij een natuurlijke erfgenaam was.
Wanneer een lener overlijdt, zijn de erfgenamen verantwoordelijk voor het nakomen van de financiële verplichtingen binnen de nalatenschap van de overledene, tenzij anders is overeengekomen. Dit geldt alleen voor degenen die de nalatenschap erven. (De financiële verplichting verwijst hier naar de schuld die is aangegaan tijdens het leven van de overledene. Na diens overlijden moet de nalatenschap van de overledene worden gebruikt om die schuld af te lossen.)
Houd er rekening mee dat erfgenamen alleen verantwoordelijk zijn voor het nakomen van de verplichtingen van de overledene binnen de omvang van de nalatenschap (tenzij anders overeengekomen), en niet voor het nakomen van verplichtingen daarbuiten. Met andere woorden, als de schulden van de overledene de waarde van de nalatenschap overschrijden, zijn de overlevende erfgenamen niet verplicht het verschil te betalen.
Erfgenamen hebben het recht een erfenis te aanvaarden of te weigeren, zoals bepaald in artikel 620 van het Burgerlijk Wetboek, behalve in gevallen waarin de weigering van de erfenis bedoeld is om de nakoming van hun financiële verplichtingen jegens anderen te ontlopen. Indien zij de erfenis aanvaarden, zijn zij verplicht alle schulden van de overledene te voldoen.
In dat geval erven de kinderen de nalatenschap van hun ouders en zijn zij derhalve verplicht de schuld af te lossen.
MH (samengesteld)
Bron








Reactie (0)