Het conceptcirculaire is gebaseerd op de implementatie van de gewijzigde Hogeronderwijswet van 2025 en laat duidelijk een verschuiving zien van het beheren van inschrijvingen op basis van omvang naar het beheren op basis van opleidingscapaciteit en daadwerkelijke kwaliteit. Een opvallend punt van het conceptcirculaire is de systematische, consistente aanpak die de kwaliteit van de opleiding centraal stelt. Criteria met betrekking tot locatie, faciliteiten en docenten zijn gestandaardiseerd en nauw verbonden met het bepalen van het aantal inschrijvingen. Hiermee creëert het concept een duidelijk wettelijk kader voor opleidingsinstellingen om hun interne capaciteit zelf te evalueren, aan te passen en te verbeteren.
Allereerst is de regelgeving die het aantal studenten per opleidingslocatie vastlegt een belangrijke stap voorwaarts in kwaliteitsmanagement. Door de inschrijvingsquota voor de hoofdcampus en elke nevenvestiging afzonderlijk vast te stellen, wordt de capaciteit voor kwaliteitsborging op elke locatie nauwkeurig weergegeven. Dit voorkomt het probleem van het concentreren van quota op één locatie die niet aan de eisen voldoet. Deze aanpak verhoogt niet alleen de transparantie, maar maakt ook effectievere inspectie en monitoring van de opleidingskwaliteit mogelijk.
Bovendien tonen de toevoeging en verduidelijking van de regelgeving met betrekking tot voltijddocenten de inspanningen van het Ministerie van Onderwijs en Opleiding aan om maatschappelijke middelen flexibel in te zetten en tegelijkertijd de kwaliteitsnormen te waarborgen. Met een participatiecoëfficiënt die gelijk is aan de helft van die van voltijddocenten met dezelfde kwalificaties, samen met specifieke eisen met betrekking tot contracten, verbintenisperioden en maximumaantallen, is in het ontwerp een mechanisme gecreëerd dat zowel open als strikt is. Dit draagt bij aan het voorkomen van dubbel gebruik van middelen en het waarborgen van de daadwerkelijke deelname van docenten aan onderwijsactiviteiten.
Een ander hoogtepunt is de afstemming van de criteria voor het aantal inschrijvingen met de circulaire waarin de normen voor instellingen voor hoger onderwijs worden vastgesteld. Het gebruik van docenten met een doctoraat als conversienorm geeft een duidelijk signaal af over de richting waarin de kwaliteit van het onderwijzend personeel moet worden verbeterd. Daarnaast toont het criterium van een minimale vloeroppervlakte van 2,8 m²/student (omgezet), vergezeld van een transitieplan, een harmonieuze combinatie van standaardiseringseisen en uitvoerbaarheid.
Opvallend is dat de conceptregelgeving de toename van het aantal inschrijvingen koppelt aan indicatoren voor de kwaliteit van het onderwijs. De regelgeving verbiedt het verhogen van de inschrijvingsquota voor studierichtingen of groepen studierichtingen met een uitvalpercentage in het eerste jaar van meer dan 15% of een laag percentage afgestudeerden dat een baan vindt. Dit toont een sterke verschuiving van formeel management naar effectief opleidingsmanagement. Het dwingt onderwijsinstellingen om de daadwerkelijke kwaliteit van het onderwijs- en leerproces, evenals hun verantwoordelijkheid jegens studenten en de maatschappij, direct te beoordelen.
Naast het aanscherpen van de kwaliteitsborgingsvoorwaarden, laat het ontwerp nog steeds ruimte voor flexibiliteit voor opleidingsinstellingen bij de organisatie van de toelating. Het toestaan dat het daadwerkelijke aantal toegelaten studenten het aangekondigde aantal met maximaal 5% overschrijdt voor bacheloropleidingen en met maximaal 20% voor master- en doctoraatsprogramma's, mits de opleidingscapaciteit gewaarborgd blijft, getuigt van een flexibele maar gecontroleerde managementaanpak. Dit is een noodzakelijk evenwicht tussen de vereiste discipline en de praktische uitvoering van de toelatingsprocedure.
Kortom, de conceptcirculaire is niet alleen een technisch document over het bepalen van het aantal inschrijvingen, maar ook een consistente beleidsboodschap: inschrijvingen moeten hand in hand gaan met kwaliteit, schaal moet in verhouding staan tot de capaciteit en autonomie moet gekoppeld zijn aan verantwoording.
In een context waarin het hoger onderwijs dringend behoefte heeft aan sterke innovatie, is het conceptcirculaire een belangrijke stap in de concretisering van de wetsbepalingen. Het legt de basis voor het verbeteren van de kwaliteit van de opleidingen, het beter inspelen op de behoeften van de personeelsontwikkeling en de verwachtingen van de maatschappij.
Bron: https://giaoducthoidai.vn/chuan-hoa-de-nang-chat-post767179.html







Reactie (0)