Op de middag van 29 november, in het kader van het programma van de 8e zitting, heeft de Nationale Vergadering met een meerderheid van stemmen voor de gewijzigde Wet op de Openbare Investeringen officieel aangenomen, met daarin veel opmerkelijke nieuwe punten.
Voordat tot stemming werd overgegaan, luisterde de Nationale Vergadering naar de presentatie van het rapport van Le Quang Manh, voorzitter van de Commissie Financiën en Begroting van de Nationale Vergadering, over de aanvaarding, toelichting en herziening van het wetsontwerp.
De uitslag van de elektronische stemming toonde aan dat 441 van de 448 afgevaardigden van de Nationale Vergadering die aan de stemming deelnamen, de Wet op de Overheidsinvesteringen (gewijzigd) goedkeurden, wat neerkomt op 92,07% van het totale aantal afgevaardigden van de Nationale Vergadering. De Nationale Vergadering heeft de Wet op de Overheidsinvesteringen (gewijzigd) dus met een meerderheid van de stemmen aangenomen.
De gewijzigde wet op de overheidsinvesteringen, die op 1 januari 2025 van kracht wordt, bestaat uit 7 hoofdstukken en 103 artikelen en regelt het staatsbeheer van overheidsinvesteringen; het beheer en gebruik van overheidsinvesteringskapitaal; en de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van agentschappen, eenheden, organisaties en individuen die betrokken zijn bij overheidsinvesteringsactiviteiten.
Volgens de wet omvatten de sectoren en gebieden die gebruikmaken van publiek investeringskapitaal: nationale defensie; veiligheid en openbare orde; onderwijs, opleiding en beroepsonderwijs; wetenschap en technologie; gezondheid, bevolking en gezin; cultuur en informatie; radio, televisie en persbureaus; lichamelijke opvoeding en sport; milieubescherming; economische activiteiten; activiteiten van overheidsinstanties, openbare diensten, politieke organisaties en sociaal-politieke organisaties; sociale zekerheid; en andere sectoren en gebieden zoals voorgeschreven in de wet.
Wet op de openbare investeringen Er zijn regels vastgesteld voor de classificatie van publieke investeringsprojecten. Concreet heeft de bevoegde autoriteit bij de goedkeuring van het investeringsbeleid voor nationaal belangrijke projecten, ofwel projecten in groep A, B en C, het recht om te beslissen of de aspecten compensatie, ondersteuning, herhuisvesting en landontginning al dan niet als afzonderlijke deelprojecten moeten worden behandeld.
De wet stelt ook criteria vast voor de indeling van nationaal belangrijke projecten in Groep A, Groep B en Groep C. Nationaal belangrijke projecten worden gedefinieerd als onafhankelijke investeringsprojecten of nauw met elkaar verbonden projectclusters die aan een van de volgende criteria voldoen: gebruik van publiek investeringskapitaal van 30 biljoen VND of meer; een aanzienlijke impact op het milieu hebben of potentieel ernstige milieueffecten kunnen veroorzaken; de omschakeling van landgebruik van tweejaarlijkse rijstteelt op een schaal van 500 hectare of meer vereisen; de verplaatsing van 20.000 of meer mensen in bergachtige gebieden, of 50.000 of meer mensen in andere regio's vereisen; of de toepassing vereisen van speciale mechanismen en beleidsmaatregelen die door de Nationale Vergadering zijn vastgesteld.
Delegatie van bevoegdheid om te beslissen over investeringsbeleid voor projecten van Groep B en Groep C.
Een van de opvallende nieuwe kenmerken van de gewijzigde Wet op de Publieke Investeringen is de bevoegdheid om investeringsbeleid te bepalen voor projecten van Groep B en Groep C.
Wat dit betreft verklaarde Le Quang Manh, voorzitter van de Commissie Financiën en Begroting van de Nationale Vergadering, dat tijdens de bespreking van het wetsontwerp veel meningen aangaven dat de decentralisatie van de bevoegdheid om te beslissen over investeringsbeleid van de Volksraad naar het Volkscomité een grote verandering is die een grondige effectbeoordeling vereist; sommige meningen waren het eens met het voorstel om de bevoegdheid te decentraliseren naar Volksraden op alle niveaus om de administratieve procedures te verminderen.
Volgens de vaste commissie van de Nationale Vergadering, zoals de afgevaardigden hebben aangegeven, is de decentralisatie van bevoegdheden naar de Volkscomités op alle niveaus om te beslissen over investeringsbeleid voor projecten van Groep B en Groep C onder lokaal beheer een belangrijke verandering ten opzichte van de bevoegdheden van de Volksraden op alle niveaus naar de Volkscomités op alle niveaus.
Volgens het regeringsrapport is de machtsoverdracht echter zorgvuldig overwogen op basis van praktische overwegingen; de delegatie van bevoegdheid aan het Volkscomité om, indien nodig, te beslissen over investeringsbeleid voor projecten is reeds vastgelegd in de Wet op de Overheidsinvesteringen van 2019.
Volgens het regeringsrapport hebben 43 provinciale volksraden in de periode 2021-2025 de bevoegdheid om te beslissen over investeringsbeleid voor projecten van groep B en groep C gedelegeerd aan de volkscomités op hetzelfde niveau. Om de volledigheid te waarborgen, is aan het wetsontwerp bovendien de bevoegdheid toegevoegd om "te beslissen over investeringsbeleid voor projecten", samen met de verantwoordelijkheid om "bij de eerstvolgende zitting verslag uit te brengen aan de volksraad op hetzelfde niveau".
In het kader van het bevorderen van decentralisatie en delegatie van bevoegdheden bij de hervorming van het wetgevingsproces, verzoeken wij de Nationale Vergadering respectvol om de Volkscomités op alle niveaus de bevoegdheid te geven om te beslissen over investeringsbeleid voor projecten van Groep B en Groep C onder lokaal beheer.
Met betrekking tot de limiet van 20% voor projecten die twee middellange termijnen omvatten in artikel 93, luidt de gewijzigde Wet op de Overheidsinvesteringen als volgt: De regeling behoudt de limiet van 20%; voegt bepalingen toe voor nationale doelprogramma's en nationaal belangrijke projecten die worden uitgevoerd op basis van resoluties van de Nationale Vergadering; voegt bepalingen toe voor projecten die gebruikmaken van kapitaal uit legitieme inkomstenbronnen van overheidsinstanties en openbare diensten; en voegt bepalingen toe voor programma's en projecten die gebruikmaken van ontwikkelingshulp en preferentiële buitenlandse leningen. Ook wordt een bepaling toegevoegd die het mogelijk maakt de limiet van 20% te overschrijden: "De bevoegde autoriteit moet een melding indienen om toestemming te verkrijgen voor het overschrijden van de limiet, maar dit mag niet meer dan 50% bedragen van het geplande kapitaal voor overheidsinvesteringen op middellange termijn uit de voorgaande periode."
Met betrekking tot de pilotprojecten en specifieke mechanismen en beleidsmaatregelen die door de Nationale Vergadering zijn goedgekeurd, bepaalt de wet ook het volgende: het scheiden van compensatie en herhuisvesting in onafhankelijke projecten; het aanwijzen van één provinciaal Volkscomité als beheersorgaan voor projecten die twee of meer provinciale bestuursgebieden omvatten; het toestaan van provinciale Volksraden om lokale budgetmiddelen toe te wijzen aan de Sociale Beleidsbank voor de uitvoering van kredietbeleid…
Bron









Reactie (0)